Voor elk nummer van Platenblad vraagt René van Kaam zijn lezers om een top 3 van een artiest of band. Het laatste nummer was dat van Joe Jackson. Hieronder mijn inzending.
1. Beat Crazy
2. Body and Soul
3. Look Sharp!
Zes platen van Joe Jackson staan er in de kast, de eerste tot en met de zevende, met uitzondering van de soundtrack van Mike’s Murder. Na Body and Soul ben ik de man een beetje uit het oog verloren. Op die zes platen is al sprake van behoorlijke stijlwisselingen en daar is hij daarna nog wat verder mee gegaan, tot klassieke platen en een eerbetoon aan Duke Ellington. Ik heb me beperkt tot wat bij mij in de platenkast staat.
Begonnen als ‘angry young man’ in de nasleep van de Engelse new wave, combineerde Jackson op zijn eersteling Look Sharp! al diverse stijlen. Dat culmineerde in Beat Crazy, wat mij betreft zijn beste plaat. Hier valt alles op zijn plaats wat ook al op de voorgangers Look Sharp! en I’m The Man te horen was (zowel wat betreft muziekstijlen als teksten vol ironie, woede en ongeluk in de liefde). Het heerlijke, puntige Beat Crazy zet vanaf de openingsschreeuw direct de toon. Battleground, opgedragen aan dichter/zanger Linton Kwesi Johnson, zou zo door de man zelf geschreven en gezongen kunnen zijn en is toch ook weer typisch Joe Jackson. Noemenswaardig is ook de zin ‘I got the Cramps on the stereo’ in Evil Eye, een perfecte vermelding in een nummer dat begint met ‘People say there’s no such thing as Voodoo’.
Op Body and Soul, de laatste plaat van Jackson in mijn verzameling, tapt Jackson uit een heel ander vaatje. De hoes is een perfecte kopie van Volume II van Sonny Rollins, zij het dat Jackson zijn sigaret net iets anders vasthoudt. De muziek is echter geen hard bop zoals op de plaat van Rollins, maar een mengeling van Latin ritmes en percussie en Big Band arrangementen met Jackson zelf op piano en sax. Tussen het haast bombastische openingsnummer The Verdict en afsluiter Heart of Ice, wordt er aardig wat afgeswingd, zoals in Cha Cha Loco en Go For It (met een verwijzing naar Ray Charles, achtergrondvocalen van Ellen Foley en Elaine Caswell en een lekker trompetpartijtje). Cynisme is op alle platen van Jackson in de teksten terug te vinden en dus ook op Body and Soul. Zo vraagt hij in Be My Number Two ongegeneerd of reserveliefde Number Two de plaats van nummer een over wil nemen, nu dat over is.
De debuutplaat Look Sharp! eindigt toch nog op nummer 3. Opvolger I’m The Man is wat meer van hetzelfde, Night and Day weet me minder te boeien dan het debuut en Joe Jackson’s Jumpin’ Jive is een leuk buitenbeentje, maar bevat alleen maar covers, dus valt ook af. Look Sharp! was destijds de kennismaking met Joe Jackson via de single Is She Really Going Out With Him? Een debuut dat goed in de smaak viel bij de 17-jarige die ik toen was. Veel uptempo nummers met een verbeten zang deden het goed in die tijd.
.jpg)









