maandag 21 juli 2025

Platenzaaksticker#419


Grammofoonplaten
Coen Alta
Prijs: 25,90 

Op voorzijde hoes, Diana Ross And The Supremes, 2 LP, Anthology, Tamla Motown TMSP 6001 (Verenigd Koninkrijk, 1974)

Laatst weer een heel pakket hoezen voorzien van stickers van Erwin Delden ontvangen en daar zat deze karige sticker tussen. Hij valt onder de zogenaamde prijsstickers en bevat niet meer dan de naam van de winkel, het handelswaar en de toevoeging Prijs, waarna de winkeleigenaar die met de hand in kan vullen. Daarboven staat nog een krabbel, die waarschijnlijk het bestelnummer is of een andere bestelcode, zodat er weer een nieuw exemplaar besteld kon worden. 

De platenzaak van Coen Alta zat aan de Rijksstraatweg 132 in Haarlem Noord. Op de begane grond van het woonhuis van het echterpaar Alta bevond zich de platenzaak. De winkel zat er in ieder geval al in 1972. Toen stond er ter gelegenheid van het Haarlem Popfestival een advertentie van de winkel in de festivalbijlage van Muziekkrant OOR, zo schrijft Peter Bruyn in zijn bijdrage over het festival in het Haerlem Jaarboek 2022.

Coen Alta was in Haarlem vooral bekend als mede-oprichter in 1962 van het draaiorgelmuseum Het Kunkels Orgel in Haarlem, dat vorig jaar de deuren sloot. Zijn vrouw Mies bestierde de winkel. Onderstaande foto's zijn te vinden in de Beeldbank van het Noord Hollands Archief. Met name op de onderste foto is te zien hoe vol gepakt de winkel is. 

 
Het echtpaar Alta in de winkel aan de Rijksstraatweg in Haarlem, februari 1989. 
 
 
Het echtpaar Alta in de winkel aan de Rijksstraatweg in Haarlem, februari 1989. 
 
De winkel zat er dus in ieder geval nog in 1989, maar zal ergens in de jaren negentig de deuren hebben gesloten. In een bericht in de Heemsteder uit januari 2011, ter gelegenheid het 65-jarige huwelijk van het echtpaar, is te lezen dat de winkel in heel Haarlem bekend was. 'Mies was een vraagbaak voor de klanten, je kon haar alles vragen, het antwoord kwam direct. Van alle muziekmarkten was ze thuis, Klassiek, pop, jazz, populair of operette, met een zwak voor dixieland.' Een jaar later op 6 maart overleed Coen Alta. In 2014 was er een uitzending van Allerzielen op NPO 1 ter nagedachtenis aan het echtpaar en het draaiorgelmuseum. Toen was Mies dus inmiddels ook overleden.


vrijdag 18 juli 2025

Sly & The Family Stone Top 3

Voor elk nummer van Platenblad vraagt René van Kaam zijn lezers om een top 3 van een artiest of band. Het laatste nummer was dat van Sly & The Family Stone. Hieronder mijn inzending.

 


 

1. Small Talk

2. Stand!

3. There’s A Riot Goin’ On

 

Sly & The Family Stone leerde ik tijdens mijn middelbareschooltijd kennen via de driedubbel LP van Woodstock waarop de medley Dance To The Music, Music Lover en I Want To Take You Higher. Muziek die perfect paste op een festival in het teken van Love, Peace & Happiness. Pas later schafte ik de originele platen aan. Te beginnen met de There’s A Riot Goin’ On, vervolgens de eerste vier albums (A Whole New Thing, Dance To The Music, Life en Stand!) en nog later gevolgd door Fresh, Small Talk en High On You. Toen die eenmaal in de kast stonden en ik Back On The Right Track en Ain’t But The One Way tegenkwam werden die ook aan de verzameling toegevoegd. Maar erg vaak heb ik die niet gedraaid. Sly was duidelijk over zijn hoogtepunt heen.

De eerste vier platen bevatten lekkere funky dansmuziek en de teksten zijn vol van hoop op een samenleving, waarin iedereen meetelt. Niet verrassend voor een band uit San Francisco in de jaren zestig. Toch waren er maar weinig soulbands waar de samenstelling die gedachte aan gelijkheid ook werkelijkheid maakte. De band was een gemêleerd gezelschap, dat naast de zwarte muzikanten broer Freddie (gitaar), zus Rose (zang en toetsen), Larry Graham (bas) en Cynthia Robinson (trompet), bestond uit een witte drummer (Greg Errico) en saxofonist (Jerry Martini). En dat onder de bezielende leiding van Sly, die met alle instrumenten overweg kon. Een mix van psychedelische rock, soul en rhythm and blues, inderdaad A Whole New Thing. Deze fase culmineert wat mij betreft in Stand! Daar komen de lijnen van de voorgaande drie platen tot een perfecte eenheid.

There’s A Riot Goin’ On markeert een overgang. Het positivisme van de eerste vier platen maakt plaats voor een donkerdere werkelijkheid en ook de muziek is somberder. Drummer Errico heeft de band dan al verlaten en wordt niet veel later gevolgd door Larry Graham. De eerste vanwege het overmatig drugsgebruik in de band en de tweede nadat Sly zelf de baspartijen op There’s A Riot inspeelde. Sly kwam met regelmaat te laat opdraven voor concerten of verscheen helemaal niet. De druk van het succes eiste zijn tol. Toch leidde dat niet tot mindere platen. Integendeel, de creativiteit van Sly leek nu pas tot volle bloei te komen. De platen die volgen laten een grovier geluid horen en de teksten zijn introspectiever. Dat wordt ingezet op Fresh en bereikt het hoogtepunt op Small Talk. Op High On You  wordt The Family Stone al niet meer op de hoes vermeld, maar de plaat past mooi in de reeks die met Fresh is ingezet. Daarna gaat het bergafwaarts en trekt Sly zich geleidelijk terug uit de muziek. Na Ain’t But The One Way in 1982 verschijnen er geen platen meer. Terwijl ik na de aankondiging in het vorige Platenblad voor de top 3 al bezig was met het schiften, overleed Sly op 9 juni jongstleden. Meestal is zo’n overlijden aanleiding om de platen weer eens op de draaitafel te leggen, nu zat ik er al midden in.

In mijn top 3 de beste plaat uit de eerste periode, Stand!, de kentering met There’s A Riot en de meest groovy plaat uit de periode daarna, Small Talk.

dinsdag 15 juli 2025

Meer dan een leuk boekje voor op het strand

 


Veertig jaar schreef Jan Vollaard over popmuziek voor verschillende media, waaronder (Muziekkrant) Oor en NRC Handelsblad. Bij elkaar waren het naar zijn schatting ‘zeker vierduizend stukken, stukjes, interviews, concertrecensies, beschouwingen, plaatbesprekingen, nieuwsscoops, reportages, necrologieën en andersoortige artikelen’. Tijdens de coronapandemie vond hij eindelijk de tijd om al die schrijfsels te ordenen, zo vertelde hij tijdens de presentatie van Pop! 40 jaar tussen idolen en halve zolen in het hoofdstedelijke platenwalhalla Concerto op 25 mei jongstleden. Het resultaat, een fors plakboek met op het omslag een illustratie van Willem Kolvoort, liet hij bij de presentatie zien. Uit dit plakboek maakte hij voor Pop! een selectie, herschreef het een en ander en voegde context toe. Het boek geeft daarmee een mooie indruk van ontwikkelingen in de popmuziek van 1983 tot en met 2023. Daarnaast geeft het ook een beeld van het vak van muziekjournalist door de jaren heen en hoe die journalisten door de muziekindustrie behandeld werden.

Zeker in de beginjaren van de popjournalistieke carrière van Vollaard was er bij platenmaatschappijen geld in overvloed. Journalisten werden ingevlogen op persbijeenkomsten bij premières van wereldtournees met alles er op en er aan. Die waren moeilijk te weerstaan. Hij plaatst er wel direct de kanttekening bij dat de aanwezige journalisten steeds met ‘min of meer hetzelfde vrij kritiekloze stuk kwamen.’ Corona veranderde de entourage waarin de interviews met muzikanten plaatsvonden. In plaats van een gesprek van de muzikant met meerdere journalisten in een hotelkamer, werd Vollaard een blik in de huiselijke omgeving van de artiest gegund, zij het middels zoomgesprekken en niet in levende lijve.

Inmiddels heeft de komst van het internet het vak van popjournalist een stuk minder avontuurlijk gemaakt, zo concludeert Vollaard. ‘Zodra pitchfork.com een 8 of hoger geeft aan een nieuw album van, pakweg, Taylor Swift is er geen popscribent die nog durft te zeggen dat hij of zij er eigenlijk geen moer aan vindt.’ Het afscheid als popjournalist valt hem uiteindelijk niet erg hard. Al met al is hij blij dat hij nu eindelijk eens ongestoord kan luisteren naar wat hij zelf leuk vindt.

Het boekje is opgedragen aan Lex van Rossen, de popfotograaf met wie Vollaard vanaf de tijd dat hij bij NRC begon 22 jaar heeft samengewerkt en die in 2007, te jong, overleed. Zijn dochter nam het eerste exemplaar in ontvangst. Een van de bijdragen in de bundel is aan Van Rossen gewijd. Vollaard ziet hem als ‘de grootste popfotograaf ter wereld’. Het is een mooi, ontroerend en terecht eerbetoon. Terwijl Vollaard zich onopvallend achter in de zaal kon posteren, moest Van Rossen in de frontlinie een mooi plaatje zien te schieten. Dat moest hij dan ook nog eens zo snel mogelijk in zijn donkere kamer ontwikkelen, zodat het de volgende dag bij de recensie in de krant kon. Had Vollaard een half uur of langer voor een interview en leverde dat vaak meer op dan er in een artikel paste, Van Rossen kreeg na afloop nog een paar minuten om een foto in een onpersoonlijke hotelkamer te maken. Alhoewel de omstandigheden vaak niet optimaal waren, leverde het altijd prachtig beeld op. Iconisch zijn zijn foto’s van Bono in De Kuip of Neil Young in de Stopera. Zijn archief is ondergebracht bij het Maria Austria Instituut en kan online bekeken worden. Daar zou een mooi fotoboek uit te maken zijn als een vervolg op de jaren zeventig popfoto’s in Abba ... Zappa van collegapopfotograaf Gijsbert Hanekroot.

Pop! is opgedeeld in vijf hoofdstukken, die ieder een decennium beslaan. Daarbij loopt het laatste, De jaren 20, slechts tot 2023. Ieder hoofdstuk begint met een inleidend stuk, waarin de concerten, interviews et cetera uit het decennium dat aan de orde is, kort worden samengevat. Daarbij komen alle genres aan de orde. Vollaard schrijft net zo gemakkelijk over André Hazes, Jan Smit, K3 en Abba als over Neil Young, Nirvana, The Strokes en Nick Cave. Vanzelfsprekend heeft hij een mening over de muzikanten en wat ze maken, maar die is niet leidend. Zoals hij in de inleiding al schrijft, ‘Als een luisteraar iets mooi vindt en de recensent vindt het niks, dan heeft de luisteraar altijd gelijk.’

De ondertitel van het boek geeft al aan wie je als popjournalist zoal tegenover je kunt krijgen. Enerzijds wordt je de mogelijkheid geboden je idolen te ontmoeten, anderzijds kom je in situaties terecht waarin je overduidelijk met een halve zool te maken hebt. En soms verandert je mening tijdens een interview en kom je er achter dat je idool eigenlijk een halve zool is. Veertig jaar popjournalistiek levert uiteraard de nodige anekdotes op, zoals het laten signeren van een cd-hoesje van Everybody Knows This Is Nowhere door vinyladept Neil Young, de ontmoeting met Hazes, terwijl Vollaard zich in de kleedruimte van een sporthal van zijn ‘wielerkloffie’ ontdoet om een lange broek en overhemd voor het interview aan te trekken, of de brommer met lekkend motorblok op de hotelkamer van Pete Doherty. Ondanks zijn luchtige manier van schrijven en nuchtere kijk op zijn eigen metier, blijft hij de professionele popjournalist die artiesten kritisch bevraagt en daar een informatief stuk over schrijft. Daarbij treedt hij zelden zelf op de voorgrond. Iets wat van voorgangers als Constant Meijers of Jip Golsteijn niet gezegd kan worden. Bij Vollaard staat de artiest centraal. Zelf noemt hij Pop! een leuk boekje om mee naar het strand te nemen, maar daar doet hij Pop! tekort mee. Het is een lezenswaardig en met liefde voor de muziek geschreven overzicht van 40 jaar popjournalistiek.

 

Jan Vollaard: Pop! 40 jaar tussen idolen en halve zolen. Gorredijk: Noordboek – Van Gorcum. ISBN 9789464713336. Prijs: 19,90 euro

 

Verschenen in: Platenblad, nr. 292, 16 juli t/m 10 september 2025 

 

André Nuchelmans

maandag 7 juli 2025

Platenzaaksticker #418

Radio
Jongenelen
Raadhuisstraat 38/40
Roosendaal
Tel. 4760

Op label, Robertino Loreti with Otto Franckers Septet, 7", Romanina Del Baion, CNR F230 (Nederland, 1961) 

Na Muziekhandel Phonica, Muziekhandel Timmermans, Van Boxtel, Sjiep Hi-fi, en MU 2000 de zesde plek in het West-Brabantse Roosendaal waar je vinyl kon kopen. In dit geval betreft het er eentje uit de categorie audio-apparatuur (net als Van Boxtel) die, begonnen met radio's, het assortiment later uitbreidde met televisietoestellen en platenspelers. En bij die laatste kwamen dan automatisch de zwarte draaischijven in de winkel.

Op de website van Heemkundekring De Vrijheijt van Rosendale zijn twee foto's van de winkel terug te vinden. 

Jongenelen Electro in 1952. Bron: Heemkundekring De Vrijheijt van Rosendale. 

Jongenelen Electro in 1956. Bron: Heemkundekring De Vrijheijt van Rosendale. 
 

De geschiedenis van het bedrijf gaat nog iets verder terug wijst dezelfde website uit. Er is sprake van de gebroeders Jongenelen 'Uitvoerder der grootste werken op Electro Technisch gebied. Erkend bij de P.N.E.M.' (Provinciale Noord-Brabantse Electriciteits Maatschappij). Die zaten in 1925 in een pand in de Achterstraat 38 in Roosendaal. 

Het is dus van oorsprong een electro technisch bedrijf. Zo is de winkel op de Raadhuisstraat ook begonnen. Op de foto uit 1952 is al een uithangbord van Philips Radio te zien. In 1956 is het naastgelegen pand bij de winkel getrokken, zoals te zien is in het verdubbelde aantal ramen in de bovenverdieping. Waarschijnlijk is de winkel met de komst van de grotere elektronicaketens verdwenen of overgenomen. Er is in Roosendaal nog wel een winkel van Hans Jongenelen op de Grote Markt 22, die zich bezighoudt met audio en video. Als dat een voortzetting van het electro technisch bedrijf van de gebroeders Jongenelen, bestaat het bedrijf inmiddels in ieder geval 100 jaar.

Met dank aan Jeroen Jongeneel die me de sticker stuurde.