Posts tonen met het label singer-songwriters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label singer-songwriters. Alle posts tonen

maandag 26 april 2021

Comeback van de singer-songwriter

 


Het begint langzaam aan een mooie serie te worden, de muziekreeks van de Groningse uitgeverij kleine Uil. Na twee eerdere delen van de hand van Wiebren Rijkeboer en een deel van Edwin Hofman, verscheen in maart deel 4. Nadat Rijkeboer zich eerder stortte op singer-songwriters uit de jaren zeventig en Amerikaanse psychedelische bands uit de jaren zestig, richt hij zich in zijn laatste boek op de singer-songwriters uit de jaren tachtig en negentig. Daarmee bestrijkt hij inmiddels 40 jaar aan, vooral Amerikaanse, muziek. Alleen in dit laatste deel permitteert hij zich enkele uitstapjes naar het Verenigd Koninkrijk (Elvis Costello en Peter Bruntnell) en Australiƫ (Nick Cave), maar die passen dan ook precies in het genre dat in dit boek centraal staat.

Zoals Rijkeboer in zijn inleiding schrijft verdwijnen de singer-songwriters en countryrock eind jaren zeventig nagenoeg van de radar. Dat heeft vooral te maken met de opkomst van punk en new wave. En als het genre dan weer langzaam opkrabbelt, bereikt het de Nederlandse muziekpers (Muziekkrant Oor) nauwelijks omdat de artiesten geen onderkomen vinden bij de grote platenmaatschappijen en hun werk uitbrengen bij kleine Amerikaanse labels, die nauwelijks een distributienetwerk in Europa hebben. Dat verandert in de jaren negentig als het genre onder de vlag van americana en alt.country een nieuwe opleving heeft en in 1999 het tijdschrift Heaven het licht ziet en regelmatig aandacht aan het genre schenkt. Dat er in de tien jaren die daaraan vooraf gingen ook het nodige verscheen wat de moeite waard is, blijkt bij lezing van het boek.

In de van hem herkenbare stijl – enthousiaste stukjes van 3 Ć  4 pagina’s boordevol informatie – behandelt Rijkeboer 53 platen die zijns inziens de moeite waard zijn. Naast bekendere namen als Neil Young (Freedom), Bob Dylan (Time Out of Mind), Steve Earle (Guitartown), Lou Reed (New York), Johnny Cash (American Recordings) en Bruce Springsteen (The River), zitten daar ook veel onbekendere artiesten tussen. Schijnbaar had Rijkeboer zijn eigen kanalen om ook deze zeldzame pareltjes in het singer-songwriter genre aan zijn collectie toe te voegen. Want de behandelde platen staan natuurlijk allemaal in zijn platenkast en dan bij voorkeur op vinyl. Dat daar af en toe ook een cd tussen staat neemt hij, en ook de lezer, graag voor lief. Het gaat tenslotte om de muziek die er op staat. In de periode die hij behandelt verdween het vinyl nagenoeg van de markt en waren het met name de grotere artiesten die hun werk nog op de ouderwetse langspeelplaat uitbrachten. Gelukkig werd later het nodige alsnog op vinyl uitgebracht. Zo verscheen het prachtige AKA Grafitti Man van John Trudell, dat in 1992 uitsluitend op cd uitkwam, in 2017 ter gelegenheid van Record Store Day voor het eerst op (dubbel) vinyl. Gitarist Jesse Ed Davis speelt een belangrijke rol op die plaat en kwam ook al in het boek over singer-songwriters uit de jaren zeventig regelmatig voor als sessiemuzikant en met zijn eigen derde lp Ululu. T-Bone Burnett is de enige artiest die zowel in het eerste singer-songwritersboek als in Rootsrock een plaatsje heeft weten te veroveren. In de jaren zeventig met de lp The B-52 Band & The Fabulous Skylarks en in Rootsrock met T-Bone Burnett. In het laatste boek keert hij ook veelvuldig terug als sessiemuzikant en producer. Een rol die in het eerste boek voor Leon Russell was weggelegd

Rijkeboer slaagt er in om binnen de beperkte ruimte die hij zichzelf oplegt een zee aan informatie te verwerken. Voor aleer de plaat waar het om draait aan de orde komt, heb je al een korte levensgeschiedenis van de artiest gelezen, ben je op de hoogte wat er eventueel al eerder is uitgebracht. Dan volgt nog de plaat waar het om draait, waar die is opgenomen en met wie en licht hij er enkele songs uit en sluit Rijkeboer af met later verschenen werk dat de moeite waard is. Dat al deze informatie niet tot saaie opsommingen leidt is te danken aan de prettige manier van schrijven van Rijkeboer.

Net als bij zijn vorige boeken, nodigt ook dit boek weer uit om je eigen collectie aan te vullen. De opzet van het boek leent zich er dan ook uitstekend voor om na elk stukje even op Spotify een indruk te krijgen van de plaat en vervolgens op discogs te kijken of die nog aan te schaffen is. Ik heb in ieder geval nadat ik het boek in sneltreinvaart heb uitgelezen de eerste bestellingen al weer binnen en een lijstje met namen en titels paraat voor als de platenzaken weer gewoon opengaan. Op de winkelafspraken van de afgelopen weken kwam het alvast goed van pas. Rootsrock zal voorlopig nog niet in de boekenkast verdwijnen, maar ligt, net als de andere boeken uit de muziekreeks, niet ver van de stereo om bij beluistering van de aanwinsten de stukjes nog eens terug te lezen en nieuwe inspiratie op te doen. 

 

Wiebren Rijkeboer – Rootsrock: 53 singer-songwriters in de periode 1980-2000 die rockten

Uitgeverij kleine Uil, ISBN 978-94-93170-40-7

Prijs: 18,50 euro

 

Verschenen in: Platenblad, nr. 259, 17 april t/m 28 mei 2021

zondag 17 december 2017

Americana Outlaws





De meeste Platenbladlezers zullen Wiebren Rijkeboer wel kennen van zijn rubriek Wow & Flutter. Daarin bespreekt hij elk nummer van Platenblad een ‘vergeten prachtplaat’. Het zijn compacte stukken van een halve pagina, die telkens genoeg essentiĆ«le informatie bevatten om al dan niet tot beluistering en vervolgens aanschaf over te gaan. En als ze al in de kast staan, dan is het altijd een reden om ze weer eens op te zetten. Daarnaast heeft Wiebren zijn blog Rockodyssee met soortgelijke stukjes en draagt hij regelmatig bij aan het blog www.altcountry.nl. In Americana outlaws heeft hij zich beperkt tot Amerikaanse singer-songwriters uit de jaren zeventig, met een paar uitstapjes naar het eind van de jaren zestig. Verwacht geen millionsellers tussen de platen die hij bespreekt, het zijn ten slotte outlaws.

Een aantal van de bijdragen in de bundel verscheen al eerder op genoemde blogs of in Platenblad. Speciaal voor de publicatie heeft Rijkeboer er nog een aantal bij geschreven. De stukjes zijn telkens zo’n 4 Ć  5 pagina’s met een identieke opbouw: een korte biografie van de betreffende artiest, waarna op een lp wordt ingezoomd. In een aantal gevallen heeft de betreffende artiest niet meer dan ƩƩn lp gemaakt. Is dat niet het geval dan wordt ook het andere werk kort besproken. Het zijn aanstekelijke beschrijvingen die uitnodigen om direct te gaan luisteren en platen uit de kast te trekken. Na lezing valt op dat een aantal namen regelmatig terugkeert in verschillende stukken. Om er drie te noemen: Leon Russell, Townes Van Zandt en Guy Clarke. Russell blijkt voor een aantal singer-songwriters degene te zijn, die ze ontdekte en ze vervolgens onderbracht bij platenlabels. Van Zandt en Clarke boden diverse artiesten een gezellige en inspirerende thuisbasis waar gespeeld, gedronken en wat al niet meer kon worden. Dit is vereeuwigd in de documentaire Heartworn Highway uit 1981, die dan ook regelmatig terugkomt in de verschillende bijdragen en de moeite van het bekijken waard is. Ook verschillende sessiemuzikanten duiken in meerdere stukken op. Het lijkt er op dat het een eigen wereldje was, waar dit soort muzikanten goed konden gedijen. Dat drank en drugs meer kapot maken dan je lief is, geldt voor aardig wat van de besproken artiesten. Sommigen kwamen bijtijds tot inkeer. Maar ook een gezond leven geeft geen zekerheid, zo leert het stukje over David Blue, die van drankorgel gezondheidsfreak werd en het loodje legde tijdens het joggen. Het grootste mysterie is Jim Sullivan, maker van de plaat U.F.O. in 1969 en een opvolger in 1972, om vervolgens van de aardbodem te verdwijnen. Alleen zijn auto met daarin zijn portemonnee werd nog terug gevonden, van Sullivan is nooit een spoor terug gevonden.

Ook al heeft Rijkeboer de singer-songwriters uit de jaren zeventig als overkoepelend thema genomen, er zit toch voldoende afwisseling in de besproken artiesten en platen. Het genre is dan ook niet duidelijk onder ƩƩn noemer onder te brengen en bevat voor iedereen die singer-songwriters waardeert genoeg bekende en onbekende namen en platen. Natuurlijk zal iedereen een aantal van de artiesten kennen, zoals Glen Campbell, Gene Clarke, Gram Parsons, Fred Neil en Link Wray, om er maar een paar te noemen die gelijktijdig de variatie in de besproken artiesten aangeven. Er blijft daarnaast nog meer dan genoeg moois over om te ontdekken. De opbouw van het boek maakt het zeer geschikt om zo af en toe eens door te bladeren en bepaalde stukken door te lezen, maar voor je het zelf in de gaten hebt ben je al weer een paar bijdragen verder en heb je ze voor je er erg in hebt allemaal gelezen. Dat vormt echter geen enkel beletsel om het daarna nog met enige regelmaat ter hand te nemen om wat op te zoeken en te herlezen. Dat er een uitgebreid register bij zit met alle in de stukken genoemde artiesten maakt dat alleen maar makkelijker.

Wiebren Rijkeboer: Americana outlaws: 50 singer-songwriters uit de seventies.
Uitgeverij Kleine Uil, Tzum Reeks 10
Prijs: 15 euro