vrijdag 2 september 2011

Platenzaakstickers #3



Radio De Munck
Het juiste adres voor Uw platen
Insulindeweg 147
Tel. 35 40 21 - Amsterdam

Op voorzijde hoes Peter en zijn Rockets, 7", Mij Oh Mij, Philips 6012 200 (Nederland, 1972)



Links op de foto Radio De Munck, rechts de afdeling Grammofoonplaten.
Het pand lag aan de centrumkant van de kruising Molukkenweg/Insulindeweg.

TOEVOEGING 20 NOVEMBER 2018


Op achterzijde hoes, Maurice André, LP, Trompeten-Konzerte, Somerset 625 (Duitsland, 1975)

Opvallend is dat het telefoonnummer hier nog een cijfer minder bevat dan op de bovenste sticker, terwijl de plaat later is uitgebracht. Hield De Munck platen langer in het assortiment of klopt de datering op discogs niet?

Met dank aan Pierre Gouweloos voor het toesturen van de sticker.

donderdag 1 september 2011

Platenzaakstickers #2



Hogenbijl Muziekinstrumenten (Oude Groenmarkt 28 te Haarlem)

Op label Hugues Aufray, 7", Hugues Aufray en direct de l'Olympia, Barclay 70982 (France, 1966)

Op b-kant van het label een sticker met de toenmalige prijs van de single



Het toen toch niet luttele bedrag van fl. 6,50!



Interieur van verkoopruimte in de kelder. De winkel werd in 1984 opgeheven. Zie voor meer informatie de website van het Hogenbijlfonds.

woensdag 31 augustus 2011

Platenzaakstickers #1



Afd. Grammofoonplaten
Te Kaat
Jansbuitensingel 2
Arnhem

Op achterzijde hoes Georges Brassens, 7", 19e Série, Les Copains d'Abord, Philips Medium 437.042 BE (France, 1965)

Zoals de vermelding op de sticker al duidelijk maakt, is vinyl hier slechts een van de onderdelen van de nering. In de kelder van het winkelpand aan de Jansbuitensingel werden plaatjes verkocht, terwijl boven de audio-apparatuur stond uit uitgestald. Te Kaat had al in de jaren 50 een vinylafdeling, zo leert dit autobioblog. De schrijver maakt melding van meerdere platenzaken, zoals The Music Shop en heeft ook nog een oudere sticker van Te Kaat, waarop de vinylafdeling nog niet afzonderlijk vermeld wordt en de vermelding Radio Te Kaat is. Wordt vervolgd.

woensdag 9 maart 2011

M-m-mooie p-p-parels, f-f-fijne p-p-parels #1


Met enige regelmaat kom ik ze tegen in de platenkast: platen die bij aankoop ondersneeuwden in de stapel die ik op dat moment aanschafte. Natuurlijk wordt alles beluisterd, maar er wil er nog wel eens eentje doorglippen zonder op de juiste waarde te zijn geschat. Gelukkig kom ik ze ooit weer tegen en dat levert dan een aangename verrassing op.

Vorige week was het weer eens zover. Bij het luisteren naar Before the Frost, Until the Freeze van The Black Crowes dook de naam Manassas op. De enige cover op de plaat van The Black Crowes is So Many Times van Manassas, van hun tweede LP, Down the Road. De eerste, een dubbelaar met als titel simpelweg Manassas, zette ik op. Ik kende de plaat wel, maar was er nog nooit goed voor gaan zitten.

Manassas is het eerste groepsproject van Steve Stills na Buffalo Springfield en Crosby, Stills, Nash & Young. Stills had inmiddels twee soloplaten gemaakt. Kennelijk miste hij het om deel uit te maken van een groep. Een verrassing aangezien hij zich in de groepen waar hij in zat als een onaangenaam persoon manifesteerde. Stills moest de baas spelen en dat viel bij de andere groepsleden niet zo goed. Maar ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. In Chris Hillman, Al Perkins, Joe Lala, Calvin 'Fuzzy' Samuels, Dallas Taylor en Paul Harris vond hij gelijkgestemden die wel zin in het project hadden. Taylor en Samuels speelden al met Stills in CSN&Y, Al Perkins en Chris Hillman kwamen uit The Flying Burrito Brothers, Paul Harris en Joe Lala waren bekend als sessiemuzikanten en hadden met een of meer van de andere leden samen gespeeld.
Manassas bestond van 1971 tot oktober 1973, tourde bijna doorlopend en nam zoals gezegd twee platen op: de al genoemde dubbelaar in 1972 en in 1973 de LP Down the Road. Wellicht mocht Stills eindelijk een keer de baas spelen en ging het daarom zo goed. De band ging uit elkaar omdat de verschillende leden aan volgende projecten begonnen, voor een keer eens niet omdat ze ruzie hadden. Het idee dat Stills het in Manassas voor het zeggen had, kun je afleiden uit het feit dat hij zo goed als alle nummers van het debuut schreef, een paar keer samen met Chris Hillman en ook Lala en Samuels mochten een keertje meedoen. Bill Wyman bast ook nog een deuntje mee en krijgt daarvoor de medecredits voor dat nummer. Elke plaatkant heeft een thema, al wordt niet helemaal duidelijk wat het verband tussen het thema en de nummers is. Maar dat de heren er plezier in hebben is goed te horen het is dan ook een echte groepsplaat. In tegenstelling tot het werk van Buffalo Springfield en CSNY, waar op een gegeven moment ieder voor zich zijn eigen nummer opnam en de andere eventueel later nog een bijdragen mochten leveren.
Stills is in vorm, hij zingt ontspannen met Hillman vaak op tweede stem en speelt gitaar zoals we van hem gewend waren. Hij weet zich daarbij gesteund door Hillman en Perkins, zodat hij lekker zijn gang kan gaan. Vooral in de stevigere nummer weet hij het beste uit zijn duels met Neil Young naar boven te halen. Daarbij wordt hij regelmatig afgelost door een snerpende pedalsteelsolo van Al Perkins. De plaat lijkt in bepaalde opzichten ook op Before the Frost, Until the Freeze van The Black Crowes: alle stijlen uit de Americana passeren de revue, van de stevigere country rock tot prachtige acoustische countrydeuntjes, waarbij Byron Berline het geheel nog van een gepast vioolrandje voorziet. Stills voegt hier nog wat zuidelijk getintere nummers aan toe, zoals hij ook bij Buffalo Springfield al deed. Het enige nummer dat ik al kende was Johnny's Garden, dat hij inbracht bij de 1974 reünie van CSNY. Op kant vier gaat hij echt los in Right Now en The Treasure om af te sluiten met een acoustische ode aan de dan recent overleden Jimi Hendrix, Al Wilson en Duane Allman.



maandag 24 januari 2011

Ruben Block: Ik mis je zo

Van een ongekende schoonheid. Ruben Block van Triggerfinger vertolkt Ik mis je zo van Will Tura in DWDD van vanavond


woensdag 12 januari 2011

DeWolff: voorproefje

Vanaf gisteren is het nieuwe album van DeWolff, Orchards/Lupine, in de platenzaak verkrijgbaar (op vinyl natuurlijk). In DWDD alvast een voorproefje, als opwarmertje voor Eurosonic en Noorderslag. En nu snel op de fiets naar Concerto.

zondag 2 januari 2011

Album top 10 2010



1. Mavis Staples: You Are Not Alone
2. Kings of Leon: Come Around Sundown
3. Jenny and Johnny: I'm Having Fun Now
4. Sleepy Sun: Fever
5. Triggerfinger: All This Dancin' Around
6. Black Mountain: Wilderness
7. Endless Boogie: Full House Head
8. Robert Plant: Band of Joy
9. Shaking Godspeed: Awe
10. The Dead Weather: Sea of Cowards

Toch nog moeilijker dan ik aanvankelijk dacht. Zoveel aanwinsten van het afgelopen jaar zijn er niet in de platenkast beland. Jeff Tweedy laat Mavis Staples tot grote hoogte stijgen. Kings of Leon dwalen niet af naar de gemakkelijke weg om het voorgaande succes eenvoudigweg te herhalen. Jenny Lewis and Jonathan Rice bundelen de krachten op een prachtige plaat. Sleepy Sun weet de belofte van de eerste LP in te lossen. Triggerfinger knalt van de draaitafel. Black Mountain had iets wilder gekund, maar blijft niettemin zeer de moeite waard. Endless Boogie doet zijn naam eer aan. Robert Plant, met een Allison Kraus hear-alike, graaft in de rock- en folkarchieven en komt met veel prachtigs boven. De eerste echte van Shaking Godspeed is wat ik er van verwachtte en Jack White gaat heerlijk los met The Dead Weather.
Net niet in de hoogste regionen, maar zeker de moeite waard: Arno met Brussld, Sharon Jones & the Dep-Kings met I Learned the Hard Way en Richard Thompson met Dream Attic. En als I Feel Like Playing van Ronnie Wood op vinyl was verschenen had hij ook hoog gestaan.