Posts tonen met het label Top 10. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Top 10. Alle posts tonen

vrijdag 5 december 2025

LP Top 10 1995

 

Zoals elk jaar rond deze tijd, vroeg René van Kaam van Platenblad de lezers weer om de beste 10 platen van 30 jaar geleden. Onderstaand mijn inzending. 64 lezers stuurden hun lijstje in en noemden in totaal 298 verschillende titels. 3 van mijn top 10 platen worden door niemand anders vermeld: The Oblivians, Cobraz en Band Of Susans. Voor de complete lijstjes moet je even naar de platenzaak of boekhandel die het Platenblad verkoopt.

 

 

 

1. Kyuss - … And The Circus Leaves Town

2. Son Volt – Trace

3. Emmylou Harris – Wrecking Ball

4. Neil Young – Mirror Ball

5. Garbage – Garbage

6. Teenage Fanclub – Grand Prix

7. The Oblivians – Soul Food

8. Cobraz – Sato Bar

9. Monster Magnet – Dopes To Infinity

10. Band Of Susans – Here Comes Success

 

De afgelopen maand alle albums uit 1995 uit de kast getrokken om ze weer eens te beluisteren. Het bleken er, net als die van 1994, 28 te zijn, waarvan het merendeel op cd. Slechts 7 albums zijn op vinyl en die heb ik allemaal later aangeschaft. Het waren dan ook de hoogtijdagen van de cd.

Uiteindelijk zaten er nog aardig wat verrassingen tussen, waardoor aanvankelijk zekere kandidaten voor de top 10 sneuvelden. Zo konden PJ Harvey’s To Bring You My Love, Steve Earle’s Train A Comin’, Arno’s À La Française en Wilco’s A.M. terug in de kast. Wat de Nederlandse bands betreft legden Bettie Serveert (Lamprey), Gotcha! (Four: It’ The Terra P-Funk From Beyond Space) en Hallo Venray (Merry-Go-Round) het af tegen Cobraz. De band rond Spasmodique-zanger Mark Ritsema en gitarist Willem Cramer maakte met voormalig T.C. Matic gitarist Jean-Marie Aerts achter de knopen en gedegen album. De gitaarpartijen doen regelmatig aan die van T.C. Matic denken. Gecombineerd met de gedreven zang van Ritsema en uitgebreide percussie levert het de beste plaat van eigen bodem op, op de voet gevolgd door Gotcha!

De nummer 1 stond al vrij snel vast: Kyuss. Hun vierde album overtreft de voorgaande, en ook die waren goed. Na zo’n hoogtepunt zit er niets anders op dan te stoppen. … And The Circus Leaves Town is bezwerend van de beginroffels van Hurricane tot de outro van Spaceship Landing. Het absolute hoogtepunt zit ongeveer halverwege: El Rodeo. Beginnend met een luchtig riedeltje op gitaar, voegt de rest zich er langzaam maar zeker bij om in een heerlijke lome groove te belanden die eindeloos door lijkt te gaan.

Son Volt was de grootste verrassing van 1995. Trace blijkt bij herbeluistering een prachtig sfeervol album, waarmee Jay Farrar oud-collega Jeff Tweedy en zijn Wilco ver achter zich laat. Waar het A.M. aan consistentie ontbreekt, vormen de nummers op Trace een eenheid. In Uncle Tupelo was ik altijd meer onder de indruk van de nummers van Tweedy, maar op deze eerste van Son Volt lijkt Farrar’s talent pas echt tot zijn recht te komen. Speciale vermelding verdient het laatste nummer: een schitterende cover van Ronnie Wood’s Mystifies Me.

Wrecking Ball is zo’n typische Daniel Lanoisplaat. Je herkent de hand van de producer/gitarist direct. In combinatie met de engelachtige stem van Emmylou Harris en een perfecte keuze van nummers levert dat een wonderschone plaat op. Diverse coryfeeën leveren een gastbijdrage, een wederdienst voor de gastvocalen die Harris zo vaak leverde.

De schrijver van Wrecking Ball levert zelf met Mirrorball weer een lekkere hakplaat af. Na Sleeps With Angels als een moment van bezinning, gaat Neil Young, voor de gelegenheid begeleid door Pearl Jam, op zijn geheel eigen, herkenbare wijze lekker los. Niet echt verrassend, maar ik blijf een liefhebber. Het prijsnummer van de plaat, Throw Your Hatred Down, is nog steeds actueel, getuige de uitvoering die hij in juli in het Stadspark in Groningen gaf.

Het debuutalbum van Garbage bevat de ene pakkende song na de andere. Opener Supervixen hakt er direct stevig in om daarna gas terug te nemen, maar niet voor lang. Only Happy When It Rains bevat alles wat een hit behoort te hebben: poppy met een rauw randje en een pakkende tekst. Teenage Fanclub levert met Grand Prix een logische opvolger van Thirteen af, zij het op het eerste gehoor wat rustiger. Maar schijn bedriegt. Op opener About You hoor je direct het herkenbare geluid. Gitaarlijnen die aan Big Star doen denken en meerstemmige samenzang maken ook van Grand Prix weer een prachtige plaat.

The Oblivians uit Memphis klinken op hun debuut als een kruising tussen The Cramps en Jon Spencer’s Blues Explosion. Een heerlijk bak herrie met een zanger en gitaren die regelmatig ontsporen! Monster Magnet laat op Dopes To Infinity horen dat Space Rock nog lang niet uit de mode is. Een waardige opvolger van Superjudge, maar het mooiste ligt nog in het verschiet. De titel van nummer 10 doet anders vermoeden, maar ook het laatste album dat Band Of Susans zorgt niet voor een doorbraak. Wel een afsluiting in stijl. De drie gitaristen spelen de ene keer naadloos in elkaar overlopende ellenlange solo’s dan weer door elkaar meanderende gitaarlijnen. Het roept herinneringen op aan het betere werk van Sonic Youth: lekkere noise rock. Van de drie Susans waarmee de band in 1986 begon is inmiddels alleen Susan Stenger nog over.

Beste single uit 1995 is zonder concurrentie One Good Reason van Slide. Een buiten-categorie rocker van 2.26 minuut, die zo op repeat kan. De single op Electrolux is het enige wapenfeit van dit project van Theo de Jong van The Serenes. Met de B-kant If She Says kun je na 5 x de A-kant achter elkaar weer wat bijkomen.



woensdag 4 december 2024

LP top 10 1994

Het jaarlijks terugkerende verzoek van Platenblad om een top 10 van platen van dertig jaar geleden in te dienen, resulteerde dit jaar in onderstaand stukje. 60 lezers zonden hun lijstje met de beste 10 platen uit 1994 in. Dat leverde in totaal 292 verschillende platen op. Opvallend veel lijstjes die als enige een plaat noemen. Uit mijn lijst worden 4 platen door niemand anders genoemd: Alain Bashung - Chatterton, Arno & the Subrovnicks - Water, Claw Boys Claw - Nipple en Francis Cabrel - Samedi Soir sur la Terre. Franse platen komen sowieso nauwelijks in de lijstjes voor. Enige naast mij is Stan Rijven die La Dernière Année van De Palmas noemt.



1. Neil Young & Crazy Horse – Sleeps with Angels

2. Kyuss – Welcome to Sky Valley

3. The Black Crowes – Amorica

4. Alain Bashung – Chatterton

5. Arno & The Subrovnicks – Water

6. Johnny Cash – American Recordings

7. The Jon Spencer Blues Explosion – Orange

8. Claw Boys Claw – Nipple

9. Dinosaur Jr – Without a Sound

10. Francis Cabrel – Samedi Soir sur la Terre

 

Inventarisatie van mijn platenkast leert dat er uit 1994 28 albums aanwezig zijn. Na een eerste schifting bleven er daar 12 van over die in aanmerking kwamen voor een plaats in de top 10. Kevn Kinney’s Down Out Law en Mark Lanegan’s Whiskey for the Holy Ghost vielen helaas af. MTV Unplugged in New York van Nirvana is de enige live lp uit 1994 in de kast, maar dat was, ook met concurrentie, moeiteloos de beste live lp van dat jaar geweest.

Van de 10 platen die uiteindelijk over bleven zijn er 3 op cd, waarvan Water en Nipple ook alleen maar op cd zijn uitgebracht. Alleen Sleeps with Angels, Amorica, American Recordings en Without a Sound heb ik gekocht toen ze uitkwamen. Van wat ik nog meer direct heb aangeschaft in 1994 haalt het merendeel de platen- of cd-speler niet meer (Tori Amos, The Cult, R.E.M., The Rolling Stones, Soundgarden, The Tragically Hip).

Onbetwist de beste plaat uit 1994 is voor mij Sleeps with Angels. Waar op de voorgaande studiosamenwerking van Young met Crazy Horse, Ragged Glory, en de daarop volgende live dubbel lp Weld nog goed tekeer werd gegaan, laten ze op Sleeps with Angels horen dat het ook wat ingehoudener kan, zonder dat het aan kwaliteit inboet. Op Piece of Crap mogen ze even los gaan. Een minder nummer is op de plaat niet terug te vinden en op Change your Mind viert de typische Neil Young-improvisatie hoogtij. Het blijft een genot om deze band te horen. Terwijl bassist Billy Talbot en drummer Ralp Molina de basis leggen en gitarist Frank ‘Poncho’ Sampedro de achtergrond schildert, soleert Neil Young er op zijn kenmerkende manier op los.

Kyuss komt met zijn derde lp de tweede plaats. Het openingsnummer Gardenia zet direct de toon: een lang herhaalde, lome riff, waarna John Garcia invalt met de zang. Op de helft van de plaat kan de luisteraar met Space Cadet even bijkomen, waarna de band in Demon Cleaner weer verder gaat waar ze gebleven waren.

The Black Crowes leveren met Amorica voorlopig hun beste plaat af. Gitaristenduo Marc Ford en Rich Robinson wisselen elkaar prachtig af in begeleiding en solo. Zanger Chris Robinson verkeert in topvorm. Van een heel andere orde is Alain Bashung’s Chatterton. Van jazzy trompet gecombineerd met soundscape-achtige achtergronden tot het typische Franse chanson, maar altijd enigszins tegendraads en experimenteel. Met een gastrolletje voor Link Wray op een aantal nummers. Hoogtepunten: Ma Petite Enterprise, À Ostende en L’Apiculteur. Met onder andere oud-T.C. Matic-drummer Rudy Cloet en Geoffrey Burton op gitaar, levert Arno ook weer een prachtplaat af. Vooral Burton zorgt er voor dat Water voorgaande soloprojecten van Arno overstijgt.

Met American Recordings is Johnny Cash terug van weggeweest. Het begin van een reeks samenwerkingsprojecten met Rick Rubin die hem voor een nieuwe generatie op de kaart zetten. Jon Spencer’s Blues Explosion doet wat de naam belooft en geeft de blues een eigentijdse injectie waar je niet stil bij kunt blijven zitten. Nipple van Claw Boys Claw haalt met gemak het energieniveau van het vroegere werk, met John Cameron in topvorm. Dinosaur Jr gaat verder waar het met Where You Been gebleven was. Ook van Francis Cabrel hoef je geen verrassend geluid te verwachten, beide platen staan in hun genre echter wel aan de top.

zondag 16 december 2018

LP top 10 1988

In het laatste nummer van Platenblad van het jaar, wordt traditioneel teruggeblikt op de beste platen van 30 jaar geleden. Ik leverde onderstaand lijstje in. Wil je ze allemaal lezen, dan is het hele nummer te koop bij de betere platenzaak.




1. The Beasts Of Bourbon – Sour Mash

2. Arno – Charlatan

3. Sonic Youth – Daydream Nation

4. Dinosaur Jr – Bug

5. Guy Clark – Old Friends

6. Spacemen 3 – Playing With Fire

7. Drivin’ n’ Cryin’ – Whisper Tames The Lion

8. Keith Richards – Talk Is Cheap

9. Masters Of Reality – Masters Of Reality

10. Green On Red – Here Comes The Snakes



Net als 1987 is 1988 een goed jaar voor onstuimige gitaarmuziek, waarvan er aardig wat in mijn top 10 belanden. Het viel nog niet mee om de longlist van 15 platen terug te brengen tot 10. Fisherman’s Blues van The Waterboys heeft een fantastische A-kant, maar zakt op de B-kant toch aardig in. Neil Young is weer terug aan het firmament, maar heeft toch net te veel flauwe opvullers op This Note’s For You. Surfer Rosa van The Pixies haalt het niet bij de platen die wel een plaatsje wisten te veroveren. Circus Of Power knalt er op hun debuut lekker in en was de laatste die afviel en ook Nick Cave’s Tender Prey haalde het net niet, al bevat de plaat een aantal prachtnummers.

In 1988 hadden vast ook Prince, R.E.M en Dwight Yoakam of Steve Earle mijn lijstje gehaald. De eerste twee blijken toch niet echt bestand tegen het voortschrijden van de tijd en ook de andere twee draai ik nauwelijks meer.


Dit jaar ook geen Nederlandse bands in de top 10. Arno blijft ten slotte een Vlaming of nog beter, een Europeaan. Claw Boys Claw maakte wel een prachtige plaat met covers van Nederlandse hits, maar het originele werk krijgt voorrang in de lijst. Dan komt Sweet Life van God nog het dichtst bij. Herman Brood doet met Yada Yada weer een poging tot een comeback, die nog niet eens slecht is en Fatal Flowers is op Johnny D. Is Back niet op zijn best. Zo blijven uiteindelijk bovenstaande 10 platen over.


Helemaal bovenaan prijkt de tweede plaat van de Australische Beasts Of Bourbon. Hij is een stuk minder krakkemikkig opgenomen dan het debuut, wat vooral de stem van Tex Perkins ten goede komt. De onderhuidse spanning in het ingehouden gezongen The Hate Inside is daardoor duidelijk voelbaar, terwijl hij in de opener Hard Work Drivin’ Man en het direct daarop volgende Hard For You alle frustratie en agressie de vrije loop laat. Dat alles opgesierd met het vertrouwde gitaarwerk van Kim Salmon en de dit jaar overleden Spencer Jones op een basis van Scientists bassist Boris Sujdovic en oud-collega James Baker op de drums. Dat The Beasts hun klassiekers kennen blijkt uit de cover van Merle Haggard’s Today I Started Loving You Again. Maar die krijgt in Australische handen toch heel andere lading.


Arno heeft op zijn tweede solo LP TC Matic compagnon Jean-Marie Aerts wederom aan zijn zijde. De plaat bevat een spectrum aan stijlen. Op opener Jive To The Beat roept de prachtige accordeon direct  Franse sferen op, terwijl afsluiter Tango De La Peau met Zuidamerikaans temperament ten gehore wordt gebracht. De plaat bevat daarnaast een van de mooiste Brel covers in Le Bon Dieu en Black Doll had met het herkenbare gitaargeluid van Aerts op geen enkele T.C. Matic plaat misstaan. 


Sonic Youth weet met Daydream Nation vier plaatkanten te boeien. Kant 1 bevat in Silver Rocket wellicht een van hun meest toegankelijke nummers, terwijl het toch typisch Sonic Youth blijft. Wat mij betreft hun meest constante en beste LP en vandaar ook op de derde plaats, al maakte Dinosaur Jr daar ook lang aanspraak op. Op hun derde langspeler valt het allemaal op zijn plaats. Met Freak Scene als opener wordt direct de toon gezet uiteindelijk culminerend in totale chaos in Don’t.


Op nummer 5 een vreemde eend in de bijt. Wie dacht dat Guy Clark zijn debuut niet meer zou evenaren, moet deze eens opzetten. Ik neig er inmiddels naar dat dit zijn beste is. Goed geproduceerd met de juiste muzikanten. Met de herkenbare stem van Emmylou Harris op een aantal nummers als ondersteuning dist Clarke het ene na het andere prachtige verhaal op.


Spacemen 3 ontdekte ik pas vorig jaar. Playing With Fire is de logische opvolger van The Perfect Prescription en is zo mogelijk nog hypnotiserender, bij vlagen haast religieus. Het kabbelt allemaal super relaxt en bedwelmend voort, kortstondig onderbroken door het stevigere Revolution.


Whisper Tames The Lion is de tweede langspeler van het dan nog als trio opererende Drivin’ n’ Cryin’. Heerlijke hardrockers worden afgewisseld met mooie countrydeuntjes en zanger/gitarist Kevn Kinney brengt het allemaal even overtuigend. Het ene nummer schreeuwt hij de longen uit zijn lijf om vervolgens beheerst en ingetogen voor de dag te komen. Het is de uitvoering van deze combinatie die de plaat meer maakt dan de som der delen.


Nu de Rolling Stones het al een aantal jaar productief op een lager pitje gezet hebben, moet Keith Richards zijn ei wel kwijt in een soloproject. Al zijn invloeden komen aan bod met als constante factor de sublieme uit duizenden herkenbare riffs van Richards zelf en de strakke, droge klappen van Steve Jordan. Het solowerk van Mick Jagger verbleekt er naast: Talk Is Cheap!


De enige debuut LP in de top 10 is die van Masters Of Reality, een band rond zanger/gitarist Chris Goss. Hij zal de komende jaren nog van zich doen spreken als producer van Kyuss en Queens Of The Stoneage en geeft hier alvast een voorproefje van zijn handelsmerk: de desertsound. Een kolfje naar de hand van producer Rick Rubin.


De lijst sluit af met alweer de zesde plaat van Green On Red, die inmiddels is teruggebracht tot het duo Dan Stuart en Chuck Prophet. Net als de voorganger is deze geproduceerd door Jim Dickinson, ditmaal ondersteund door Joe Hardy. De damesachtergrondkoortjes die op The Killer Inside Me af en toe opdoken, zijn gelukkig achterwege gelaten. Prophet laat horen van alle markten thuis te zijn en wisselt schijnbaar moeiteloos scheurende solo’s af met slide, stevige riffs en het betere countrywerk.

Als dit niveau wordt doorgetrokken in 1989 ziet het er volgend jaar veelbelovend uit.