Posts tonen met het label Beasts of Bourbon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Beasts of Bourbon. Alle posts tonen

maandag 13 december 2021

LP top 10 1991

Al heel wat jaren keert de top 10 van 30 jaar geleden terug in het laatste nummer van het jaar van Platenblad. Dit jaar is de titel van dit blog enigszins misleidend aangezien er in mijn top 10 ook een cd is binnen geslopen. Opvallend is dat drie platen uit mijn top 10 in geen enkele andere inzending voor kwamen: nota bene mijn nummer 1, Alain Bashung en Chris Whitley. Geloof niet dat dit eerder het geval was. Ze weten niet wat ze missen!



    1. Beasts of Bourbon – The Low Road
    2. Nirvana – Nevermind

    3. Bashung – Osez Joséphine
    4. My Bloody Valentine – Loveless
    5. Teenage Fanclub – Bandwagonesque
    6. Dinosaur Jr – Green Mind
    7. Screaming Trees – Uncle Anesthesia
    8. Chris Whitley – Living With The Law
    9. The Comedown – The Comedown
    10. Green On Red – Scapegoats

 

Er vielen er dit jaar nogal een paar buiten de boot, de keuze was moeilijk. Zo haalden Drivin’ N Cryin’ met Fly Me Courageous, Smashing Pumpkins met Gish, Soundgarden met Badmotorfinger en Uncle Tupelo met Still Feel Gone de top 10 net niet. Het blijft toch altijd een verrassing welke platen hun impact bewaren na de waan van de dag of in dit geval het jaar. Zo stond slechts de helft van de platen uit mijn top 10 begin januari 1992 in de platenkast en is er een pas dit jaar aan toegevoegd. Dat blijft ook altijd het leuke aan het samenstellen van een lijst dertig jaar nadat de platen verschenen zijn.

Het Australische stelletje ongeregeld dat op nummer 1 staat haalt met The Low Road hun revanche voor 1990, toen ze met Black Milk een zwabberende plaat afleverden. In topvorm zijn ze, vanaf de opener Chase The Dragon tot de toepasselijke afsluiter Goodbye Friends. Andere hoogtepunten zijn de cover Ride On, origineel van hun landgenoten AC/DC, maar Tex Perkins en zijn companen op het lijf geschreven, net als de Stonescover Cocksucker Blues.

Nevermind sloeg in 1991 in als een bom. Pakkende nummers met een hook, waarbij de adrenaline omhoog schoot. Een plaat die meermalen op repeat op de platenspeler belandde en waarbij ik me veelvuldig in het zweet gedanst en gesprongen heb. Parijzenaar Alain Bashung leerde ik pas later kennen, zo rond de millenniumwisseling, maar inmiddels staat er een aardig rijtje in de platenkast. Hij nam het album op in Memphis, Brussel en Parijs, waarbij hij lokale musici inschakelde. Een uiterst sfeervol album, met een aantal verrassende covers, poëtische Franse teksten en op het titelnummer een heerlijke slide. Grappig om te zien dat hij ongeveer gelijktijdig met Arno en diens toenmalige partner Marie Laure Béraud in Brussel in de studio moet hebben gezeten toen die respectievelijk Charles et les Lulus en TURbigo 12-12 opnamen: Roland van Campenhout speelt op alle drie de platen gitaar en Adriano Comino de accordeon.

My Bloody Valentine belandde pas in oktober dit jaar in de verzameling, maar maakte direct een onuitwisbare indruk. Dat deed Bandwagonesque al eerder. Teenage Fanclub levert een prachtig en origineel eerbetoon aan Alex Chilton en Big Star, die op hun beurt weer teruggrepen op The Beatles. Tot in de puntjes perfect geproduceerd en ijzersterke nummers, die direct blijven hangen, maar nimmer gaan vervelen. Dat geldt evenzeer voor Green Mind van Dinosaur Jr, dat eigenlijk meer een soloalbum van J Mascis is. Die nam bijna alle instrumenten voor zijn rekening, slechts op 3 nummers bijgestaan door Dinosaurdrummer Murph. Lou Barlow richtte zich op zijn eigen band Sebadoh.

Alhoewel Soundgarden de top 10 net niet haalde, is zanger Chris Cornell toch vertegenwoordigd via de Screaming Trees. Als achtergrondzanger en producer stond hij Mark Lanegan en de gebroeders Conner bij op hun vijfde langspeler, die de opmaat vormt voor het een jaar later verschenen Sweet Oblivion. Chris Whitley valt de eer te beurt om als eerste cd een plaats in mijn top 10 te behalen. Het lijkt er op dat ik daarbij toch net wat strengere criteria hanteer dan bij vinyl. Maar Whitley voldoet daar met zijn fabuleuze gitaarspel en zang ruimschoots aan. Zelden leverde iemand zo’n doorleefd debuut af. De dooddoener dat je pas de blues kunt spelen en zingen als je diep in de ellende zit, lijkt hier echter zeker op zijn plaats, ‘It’s hard living with the law’.

De Utregse band The Comedown is de Nederlandse vertegenwoordiger in de top 10. De band rond zanger Ronald Visser, verantwoordelijk voor bijna alle teksten en muziek, had al een aantal aanstekelijke, op de sixties geënte singles op haar naam, voor ze in 1991 hun eerste en enige lp afleverde, op het lokale Keltlabel. Van alle markten thuis, maar als gemeenschappelijke noemer lekker spiechedelisch.

Scapegoats van het duo Dan Stuart en Chuck Prophet onder de naam Green On Red sneeuwde destijds enigszins onder in al het gitaargeweld uit de Verenigde Staten. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Smashing Pumpkins en Soundgarden blijkt de plaat toch beter bestand tegen de tand des tijds.

Beste live LP uit 1991 is Weld van Neil Young en Crazy Horse, die de lijn ingezet op Ragged Glory ook live nog eens lekker doortrekken. Alhoewel destijds allemaal de veertig gepasseerd, doen ze geenszins onder voor de jongere garde die ze inspireerden. Als toef op de taart ging de dubbel cd-versie vergezeld van een cd uitsluitend gevuld met feedback. Slave To The Grind van Skid Row komt als beste hardrockalbum uit de bus: Get The Fuck Out!

zondag 16 december 2018

LP top 10 1988

In het laatste nummer van Platenblad van het jaar, wordt traditioneel teruggeblikt op de beste platen van 30 jaar geleden. Ik leverde onderstaand lijstje in. Wil je ze allemaal lezen, dan is het hele nummer te koop bij de betere platenzaak.




1. The Beasts Of Bourbon – Sour Mash

2. Arno – Charlatan

3. Sonic Youth – Daydream Nation

4. Dinosaur Jr – Bug

5. Guy Clark – Old Friends

6. Spacemen 3 – Playing With Fire

7. Drivin’ n’ Cryin’ – Whisper Tames The Lion

8. Keith Richards – Talk Is Cheap

9. Masters Of Reality – Masters Of Reality

10. Green On Red – Here Comes The Snakes



Net als 1987 is 1988 een goed jaar voor onstuimige gitaarmuziek, waarvan er aardig wat in mijn top 10 belanden. Het viel nog niet mee om de longlist van 15 platen terug te brengen tot 10. Fisherman’s Blues van The Waterboys heeft een fantastische A-kant, maar zakt op de B-kant toch aardig in. Neil Young is weer terug aan het firmament, maar heeft toch net te veel flauwe opvullers op This Note’s For You. Surfer Rosa van The Pixies haalt het niet bij de platen die wel een plaatsje wisten te veroveren. Circus Of Power knalt er op hun debuut lekker in en was de laatste die afviel en ook Nick Cave’s Tender Prey haalde het net niet, al bevat de plaat een aantal prachtnummers.

In 1988 hadden vast ook Prince, R.E.M en Dwight Yoakam of Steve Earle mijn lijstje gehaald. De eerste twee blijken toch niet echt bestand tegen het voortschrijden van de tijd en ook de andere twee draai ik nauwelijks meer.


Dit jaar ook geen Nederlandse bands in de top 10. Arno blijft ten slotte een Vlaming of nog beter, een Europeaan. Claw Boys Claw maakte wel een prachtige plaat met covers van Nederlandse hits, maar het originele werk krijgt voorrang in de lijst. Dan komt Sweet Life van God nog het dichtst bij. Herman Brood doet met Yada Yada weer een poging tot een comeback, die nog niet eens slecht is en Fatal Flowers is op Johnny D. Is Back niet op zijn best. Zo blijven uiteindelijk bovenstaande 10 platen over.


Helemaal bovenaan prijkt de tweede plaat van de Australische Beasts Of Bourbon. Hij is een stuk minder krakkemikkig opgenomen dan het debuut, wat vooral de stem van Tex Perkins ten goede komt. De onderhuidse spanning in het ingehouden gezongen The Hate Inside is daardoor duidelijk voelbaar, terwijl hij in de opener Hard Work Drivin’ Man en het direct daarop volgende Hard For You alle frustratie en agressie de vrije loop laat. Dat alles opgesierd met het vertrouwde gitaarwerk van Kim Salmon en de dit jaar overleden Spencer Jones op een basis van Scientists bassist Boris Sujdovic en oud-collega James Baker op de drums. Dat The Beasts hun klassiekers kennen blijkt uit de cover van Merle Haggard’s Today I Started Loving You Again. Maar die krijgt in Australische handen toch heel andere lading.


Arno heeft op zijn tweede solo LP TC Matic compagnon Jean-Marie Aerts wederom aan zijn zijde. De plaat bevat een spectrum aan stijlen. Op opener Jive To The Beat roept de prachtige accordeon direct  Franse sferen op, terwijl afsluiter Tango De La Peau met Zuidamerikaans temperament ten gehore wordt gebracht. De plaat bevat daarnaast een van de mooiste Brel covers in Le Bon Dieu en Black Doll had met het herkenbare gitaargeluid van Aerts op geen enkele T.C. Matic plaat misstaan. 


Sonic Youth weet met Daydream Nation vier plaatkanten te boeien. Kant 1 bevat in Silver Rocket wellicht een van hun meest toegankelijke nummers, terwijl het toch typisch Sonic Youth blijft. Wat mij betreft hun meest constante en beste LP en vandaar ook op de derde plaats, al maakte Dinosaur Jr daar ook lang aanspraak op. Op hun derde langspeler valt het allemaal op zijn plaats. Met Freak Scene als opener wordt direct de toon gezet uiteindelijk culminerend in totale chaos in Don’t.


Op nummer 5 een vreemde eend in de bijt. Wie dacht dat Guy Clark zijn debuut niet meer zou evenaren, moet deze eens opzetten. Ik neig er inmiddels naar dat dit zijn beste is. Goed geproduceerd met de juiste muzikanten. Met de herkenbare stem van Emmylou Harris op een aantal nummers als ondersteuning dist Clarke het ene na het andere prachtige verhaal op.


Spacemen 3 ontdekte ik pas vorig jaar. Playing With Fire is de logische opvolger van The Perfect Prescription en is zo mogelijk nog hypnotiserender, bij vlagen haast religieus. Het kabbelt allemaal super relaxt en bedwelmend voort, kortstondig onderbroken door het stevigere Revolution.


Whisper Tames The Lion is de tweede langspeler van het dan nog als trio opererende Drivin’ n’ Cryin’. Heerlijke hardrockers worden afgewisseld met mooie countrydeuntjes en zanger/gitarist Kevn Kinney brengt het allemaal even overtuigend. Het ene nummer schreeuwt hij de longen uit zijn lijf om vervolgens beheerst en ingetogen voor de dag te komen. Het is de uitvoering van deze combinatie die de plaat meer maakt dan de som der delen.


Nu de Rolling Stones het al een aantal jaar productief op een lager pitje gezet hebben, moet Keith Richards zijn ei wel kwijt in een soloproject. Al zijn invloeden komen aan bod met als constante factor de sublieme uit duizenden herkenbare riffs van Richards zelf en de strakke, droge klappen van Steve Jordan. Het solowerk van Mick Jagger verbleekt er naast: Talk Is Cheap!


De enige debuut LP in de top 10 is die van Masters Of Reality, een band rond zanger/gitarist Chris Goss. Hij zal de komende jaren nog van zich doen spreken als producer van Kyuss en Queens Of The Stoneage en geeft hier alvast een voorproefje van zijn handelsmerk: de desertsound. Een kolfje naar de hand van producer Rick Rubin.


De lijst sluit af met alweer de zesde plaat van Green On Red, die inmiddels is teruggebracht tot het duo Dan Stuart en Chuck Prophet. Net als de voorganger is deze geproduceerd door Jim Dickinson, ditmaal ondersteund door Joe Hardy. De damesachtergrondkoortjes die op The Killer Inside Me af en toe opdoken, zijn gelukkig achterwege gelaten. Prophet laat horen van alle markten thuis te zijn en wisselt schijnbaar moeiteloos scheurende solo’s af met slide, stevige riffs en het betere countrywerk.

Als dit niveau wordt doorgetrokken in 1989 ziet het er volgend jaar veelbelovend uit.