Posts tonen met het label tc matic. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tc matic. Alle posts tonen

zaterdag 7 december 2013

LP top 10 1983 in Platenblad


December lijstjesmaand begint al jaren met de top 10 van 30 jaar geleden die René van Kaam de lezers van Platenblad vraagt in te sturen. Dit jaar stuurden 80 mensen een lijstje in. Over het algemeen mannen van boven de 50, een groep waar ik inmiddels ook zelf bij hoor. Bij de 80 inzendingen was er één van een vrouwelijke lezer. De eindlijst en de afzonderlijke lijstjes zijn allemaal na te lezen in nr. 200 van Platenblad, verkrijgbaar bij de lokale platenboer of goed gesorteerde tijdschriftenwinkel.
 
 


 
1. T.C. Matic: Choco
2.  Lou Reed: Legendary Hearts
3.  Dio: Holy Diver
4. The Waterboys: The Waterboys
5. Scientists: Blood Red River
6. Sapho: Barbarie
7. The Nomads: Where the Wolfbane Blooms
8. The Cramps: Smell of Female
9. Clock DVA: Advantage
10. Jo Lemaire: Concorde

Al met al een mager jaar, 1983. Enkele uitschieters daargelaten, viel het niet mee om de lijst van 10 compleet te krijgen. Veel platen die ik toen stuk draaide, kan ik nu niet meer aanhoren, zoals die van Tears for Fears, China Crisis en U2. Precies 70 staan er uit 1983 in de kast, iets meer dan uit 1982. Uit de lijstjes van vorig jaar haalde ik nog wel The Dream Syndicate: The Days of Wine and Roses in huis. Onvoorstelbaar hoe ik die meer dan 30 jaar over het hoofd heb kunnen zien. Ik ben benieuwd welke platen ik in 1983 gemist heb.

Choco is de kroon op het werk van Arno Hintjes en kornuiten. De derde op rij van T.C. Matic die bij mij op de eerste plaats prijkt, maar Choco is toch het meesterwerk dat er al twee jaar aan zat te komen. Eindelijk is de gitaar van Jean Marie Aerts perfect in de mix verwerkt. Arno brabbelt inmiddels herkenbaar in zijn combinatie van Frans, Engels en Vlaams de teksten en Julia Loko zweept Arno nog eens extra op met haar achtergrondzang en –geluiden. Het hakt er direct heerlijk in met If You Wanna Dance, Dance, If You Don’t, Don’t. Andere prijsnummers zijn Arrividerci Solo (waar de schurende gitaren moeiteloos samengaan met het (synthesizer)klokkenspel van Serge Feys), Living on My Instinct (‘Parle à mon cul, ma tête est malade’, ‘seks voor un ontbijt, encore en encore’) en Putain Putain, dat live nog steeds massaal wordt meegezongen (‘K em un kleintje … maar ‘k schiet vèèèrre!).

Lou Reed borduurt met Legendary Hearts voort op het geluid van The Blue Mask en beschrijft het gelukkige huislijke leven met zijn Sylvia. Al is het niet altijd pais en vree als je de teksten moet geloven. Zoals in Bottoming out: ‘But if I hadn’t left, I would’ve stuck you dead. So I took a ride instead.’ Met The Last Shot voegt Reed’s weer een meesterwerk over verslaving aan zijn al mooie lijstje toe. Die zijn zeker niet aan Clock DVA-voorman Adi Newton voorbijgegaan die de dreigende ondertoon van The Velvet Underground van een modern geluid voorziet. Toentertijd een revelatie, die wel wat heeft ingeboet, maar nog steeds beklijft.

De strot van Ronnie James Dio genoot al ruime bekendheid dankzij The Butterfly Ball van Roger Glover, voordat collega Blackmore hem inlijfde bij Rainbow. Holy Diver is Dio’s eerste solo album en bewijst eens te meer wat een gigantische stem er in hem huist. De riffs knallen je om de oren en Ronnie James schudt andere hardrockgegadigden als Van Halen of Thin Lizzy genadeloos van zich af.

The Waterboys dienden zich aan met de single A Girl called Johnny (geïnspireerd door A Boy named Sue???). Hun eerste langspeler bleek vol te staan met dergelijke sfeervolle nummers. De lp werd voorafgegaan door een Mini LP, een formaat dat in 1983 door meer artiesten werd gebruikt. De Scientists, The Nomads en The Cramps deden het en haalden daarmee mijn top 10. Aan de ene kant wellicht oneerlijke concurrentie voor de artiesten die ‘echte’ lp’s uitbrachten, maar in deze drie gevallen de perfecte drager. Ze gaan alle drie naar dezelfde bron maar geven daar ieder een eigen invulling aan. Als The Birthday Party haar twee ep’s (Mutiny en The Bad Seed) samengevoegd hadden (wat ze onlangs deden) dan hadden ze er ook nog tussen gestaan, maar 4 nummers is toch net iets te weinig om in het lijstje te komen.

Arno gaf al een Frans tintje aan mijn lijstje, dat wordt uitgebreid met Sapho en Jo Lemaire. Ook Sapho haalde vorig jaar al mijn top 10 met een mini LP. Met Barbarie bewijst ze dat ze ook een hele langspeler weet te boeien. Zoals bij Arno het Frans moeiteloos gecombineerd wordt met Engels en Vlaams, zo vermengt Sapho het Arabisch en het Frans. Jo Lemaire heeft ze duidelijker gescheiden: kant 1 is in het Engels, kant 2 in het Frans. Alhoewel typische jaren 80-muziek steekt het nog steeds boven de grauwe middelmaat uit. En om het rondje compleet te maken draagt Jean Marie Aerts hier ook nog aan bij door op een aantal nummers de gitaarpartij voor zijn rekening te nemen, zij het iets ondergeschikter dan bij T.C. Matic. Zoals Arno zou zeggen: ‘The more you know about, the more you play with it! Ratatatatata Ratatata!’

zondag 2 december 2012

LP top 10 1982 in Platenblad

Zoals elk jaar vroeg René van Kaam van Platenblad zijn lezers om een top 10 van de platen die 30 jaar geleden verschenen. Inmiddels is het een jaarlijks terugkerende flashback geworden. Voor een deel gaat het om platen die ik daadwerkelijk in dat jaar gekocht heb of, zoals dat toen gewoonte was, op een bandje opnam. Wat van dat laatste de moeite was, is in de tussenliggende periode op vinyl aangeschaft. Een deel van de platen is echter pas later in mijn collectie terechtgekomen. Vaak leidt het doorlezen van de verschillende lijstjes ook weer tot een aanschaf van een gemiste band of plaat.
Het is opvallend, of wellicht ook juist weer niet, dat de lijstjes zo uiteen lopen. Platen die ik inmiddels niet meer aan kan horen, blijken bij een ander nog steeds erg geliefd.

Hieronder mijn inzending voor 1982, wie meer wil lezen, spoedde zich naar de lokale platenzaak of goedgesorteerde tijschriftenwinkel of abonneert zich (platenblad@planet.nl).



1. T.C. Matic: L’Apache
2. Cocteau Twins: Garlands
3. The Gun Club: Miami
4. Sapho: Passage d’Enfer
5. Dead Kennedys: Plastic Surgery Disaster
6. Barry Reynolds: I Scare Myself
7. Lou Reed: The Blue Mask
8. The Birthday Party: Junkyard
9. Siouxsie and the Banshees: A Kiss in the Dreamhouse
10. Bruce Springsteen: Nebraska

Vaak wordt beweerd dat de tweede LP spanning op een band zet. Zeker als de eersteling alom bejubeld is. Dit leidt meer dan eens tot tegenvallende opvolgers. Zo niet bij T.C. Matic. Na het titelloze debuut uit 1981 leveren Arno en kornuiten met L’Apache een weergaloze plaat af. Als er al iets op af te dingen valt dan is het dat producer/gitarist Jean Marie Aerts zichzelf wat meer op de voorgrond had mogen mixen. Arno verkeert in bloedvorm en zet de luisteraar van Middle Class and Blue Eyes tot en met La-Bas aan de heupen in de strijd te gooien. Een aaneenschakeling van hoogtepunten. Ook tekstueel levert het ratjetoe van Engels, Frans en Nederlands weer een natuurlijke eenheid op, waarbij de krachttermen niet van de lucht zijn. Ook de tweede van The Gun Club weet zich moeiteloos naast het debuut te nestelen. Jeffrey Lee Pierce zingt alsof de duivel hem op de hielen zit, maar weet hem telkens net voor te blijven. De Dead Kennedys en The Birthday Party scharen zich in dit rijtje en prikken de mythe van de moeizame opvolger van het debuut door. Nick Cave weet de laatste restjes vlees van het toch al kale bot af te schrapen en creëert met zijn medebandleden een verjaardagsfeestje dat geen van de aanwezigen snel zal vergeten. De Dead Kennedys blijven eveneens bij de les en schoppen de nodige heilige Amerikaanse huisjes omver.
De meest aangename verrassing van 1982 was het debuut van Cocteau Twins. Tot mijn eigen verrassing heeft Garlands de tand des tijds doorstaan. Tussen de uitwaaierende gitaren weet zangeres Elizabeth Fraser op erg originele wijze een indrukwekkende sfeer op te roepen. Net zo origineel is Sapho, die net als T.C. Matic, The Gun Club, The Birthday Party en Siouxsie ook al in mijn lijstje van 1981 voorkwam. Haar combinatie van Arabische muziek, New Wave en het Franse Chanson klinkt verfrissend en heeft in dertig jaar nog niks aan kracht ingeboet.
In de Compass Studio’s op de Bahama’s werd in 1982 de ene na de andere LP opgenomen met de Island huisstudioband rond ritmesectie Sly & Robbie. Wat Rick Rubin tegenwoordig voor in het slop geraakte grote namen doet, deden Chris Blackwell en de Compass band in 1982 met Joe Cocker, resulterend in Sheffield Steel. Daarnaast was de band actief op platen van onder andere Black Uhuru en Grace Jones. Boven dit alles steekt I Scare Myself van sessiegitarist Barry Reynolds uit. De enige plaat die Reynolds onder zijn eigen naam gemaakt heeft, is een pareltje. Hoogtepunten zijn Irony, Guilt en Times Square.
Oudgediende Lou Reed haalt een andere muziekmythe onderuit, namelijk dat artiesten op hun best zijn als ze in de ellende zitten. Dat huiselijk geluk ook tot mooie muziek kan leiden, bewijst The Blue Mask. Reed bezingt het huiselijke geluk in My House en Heavenly Arms, maar weet tussendoor ook nog de zelfkant van het bestaan te vereeuwigen in Underneath the Bottle, The Gun en Waves of Fear. A Kiss in the Dreamhouse van Siouxsie en haar Banshees haalt het niveau van JuJu niet, maar bevat toch een aantal prachtnummers zoals Cascade, Melt en She’s a Carnival die er voor zorgen dat bijvoorbeeld Prince, The Clash, Richard and Linda Thompson en The Cure de top 10 net niet haalden. Hekkensluiter van 1982 is Bruce Springsteen die zonder de E Street Band met Nebraska een fraaie plaat aflevert.
Dat popmuziek ook van een fraaie toekomst verzekerd is, bewijzen de mini-debuten van Green on Red en R.E.M. Die beloftes zullen de komende jaren ingelost gaan worden. Voor andere bands is 1982 het officiële einde, zoals Led Zeppelin dat op Coda de laatste restjes van zijn carrière verzamelt. Voor hardrock was 1982 sowieso een minder jaar, de oude garde laat het afweten en de nieuwe lichting weet me niet te boeien. Maar goed ook want anders was het nog moeilijker geweest om tot een lijstje van de 10 beste LP’s te komen.

Verschenen in Platenblad 192, 1 december 2012 t/m 25 januari 2013

En als toegift:

woensdag 7 december 2011

LP Top 10 1981 in Platenblad

Het jaarlijkse ritueel voor Platenblad: de top 10 van platen van 30 jaar geleden. Dit was mijn inzending.



1. T.C. Matic: T.C. Matic
2. Gun Club: Fire of Love
3. Siouxsie and the Banshees: Juju
4. Black Uhuru: Red
5. Rolling Stones: Tattoo You
6. Birthday Party: Prayers on Fire
7. Sapho: Le Paris Stupide
8. Marvin Gaye: In our Lifetime
9. The Cramps: Psychedelic Jungle
10. Van Halen: Fair Warning

Viva Arno … Viva Rudi en Serge … Viva Jean en Ferre … Viva T.C. Matic. Zonder enige twijfel is het debuut van T.C. Matic mijn nummer 1 voor 1981, met als absolute prijsnummer Viva Boema (patatten met saucijzen). De enige echte Europese rockband met aan het hoofd de Europese Elvis. Arno husselt Vlaams, Engels en Frans door elkaar, en toch komt het als een logisch geheel over. Van het eerste tot het laatste nummer zijn de heupen niet in bedwang te houden. Jean Marie Aerts knijpt zijn gitaar tot jankens toe. Voor het eerst is de onvervalste Vlaamse Godverdomme in de groeven vastgelegd. Er zullen er nog meerdere volgen. Een nieuw geluid dat na 30 jaar nog zonder enige moeite overeind staat. O La La La O La La La O La La La, C’est magnifique! En dan ook nog een extra 12” met 4 nummers er bij. Het kan niet op.
Op 2 een ander debuut, dat van de Gun Club. Jeffrey Lee Pierce en consorten kleden de blues tot op het bot uit van Sex Beat tot en met Goodbye Johnny. En passant verklaart hij de liefde aan Poison Ivy, gitariste van The Cramps. Op Kaleidoscope zat het er in 1980 al aan te komen, maar op Juju valt alles op z’n plaats. Beter zal het voor Siouxsie and the Banshees niet meer worden. John McGeoch is definitief ingelijfd. Bezwerend, duister en onderhuidse spanning. Het vinyl gaat er haast van borrelen. Black Uhuru neemt het reggaestokje van de in mei 1981 overleden Bob Marley over. Ze deden de voorgaande jaren al van zich spreken, maar bevestigen met Red hun reputatie. Op basis van de stuwende, strak swingende Sly en Robbie bouwen Michael Rose, Puma en Duckie Simpson een eeuwig zomerse plaat.
Tussen al dat nieuwe grut weten oudgedienden Jagger en Richards, samen met Wood, Watts en Wyman (en Mick Taylor, zonder dat hij daar van op de hoogte was) nog een plaatsje te veroveren. Echt nieuw is de plaat niet, maar de Stones bewijzen er mee nog steeds niet afgeschreven te zijn. Een welkom oprisping. In het verlengde van de Gun Club gaat de Birthday Party de bestaande muziekgeschiedenis met het fileermes te lijf. Op het kale bot creëren de Aussies onder leiding van Nick Cave een geheel eigen stijl, waarbij vooral de blazers verrassend op hun plaats vallen. Een heel eigen geluid heeft ook de Frans-Marokkaanse Sapho, die haar muzikale wortels op erg originele wijze met elkaar vermengd. Verrassend is In our Lifetime van Marvin Gaye niet echt, maar daarom niet minder goed. Waar Bobby Womack op The Poet soms gevaarlijk dicht naar de disco toe schuurt, houdt Gaye het bij het vertrouwde zwoele funkwerk, een bijzonder aangename verrassing die al langer in de platenkast stond, maar dankzij het samenstellen van deze top 10 pas de verdiende aandacht kreeg.
Dat The Cramps er in zouden komen stond ook al op voorhand vast. Zij voltooien de drie-eenheid met Gun Club en Birthday Party, waarbij gitarist Kid Congo Powers de verbindende persoon is. De hekkensluiter is Van Halen die eindelijk een waardige opvolger voor hun debuut maken. David Lee kreunt en gilt er weer heerlijk op los, met als hoogtepunten Unchained en Is this Love?
Op LP gebied al met al nog een goed jaar, 1981. Al was het minder dringen voor een plaatsje in de top 10 dan voorgaande jaren. Neil Young is een nieuw zijpad ingeslagen en het zal even duren voor hij de weg weer terug gevonden heeft. Een paar oudgedienden weet zich evenwel nog staande te houden, maar een nieuwe lichting rammelt al hard aan de poorten. In de hitparade is het armoe troef met Stars on 45, Vienna, In the Air Tonight en als absolute laagtepunt How about us. Viva Boema! Godverdomme! La Merde!