zondag 2 december 2012

LP top 10 1982 in Platenblad

Zoals elk jaar vroeg René van Kaam van Platenblad zijn lezers om een top 10 van de platen die 30 jaar geleden verschenen. Inmiddels is het een jaarlijks terugkerende flashback geworden. Voor een deel gaat het om platen die ik daadwerkelijk in dat jaar gekocht heb of, zoals dat toen gewoonte was, op een bandje opnam. Wat van dat laatste de moeite was, is in de tussenliggende periode op vinyl aangeschaft. Een deel van de platen is echter pas later in mijn collectie terechtgekomen. Vaak leidt het doorlezen van de verschillende lijstjes ook weer tot een aanschaf van een gemiste band of plaat.
Het is opvallend, of wellicht ook juist weer niet, dat de lijstjes zo uiteen lopen. Platen die ik inmiddels niet meer aan kan horen, blijken bij een ander nog steeds erg geliefd.

Hieronder mijn inzending voor 1982, wie meer wil lezen, spoedde zich naar de lokale platenzaak of goedgesorteerde tijschriftenwinkel of abonneert zich (platenblad@planet.nl).



1. T.C. Matic: L’Apache
2. Cocteau Twins: Garlands
3. The Gun Club: Miami
4. Sapho: Passage d’Enfer
5. Dead Kennedys: Plastic Surgery Disaster
6. Barry Reynolds: I Scare Myself
7. Lou Reed: The Blue Mask
8. The Birthday Party: Junkyard
9. Siouxsie and the Banshees: A Kiss in the Dreamhouse
10. Bruce Springsteen: Nebraska

Vaak wordt beweerd dat de tweede LP spanning op een band zet. Zeker als de eersteling alom bejubeld is. Dit leidt meer dan eens tot tegenvallende opvolgers. Zo niet bij T.C. Matic. Na het titelloze debuut uit 1981 leveren Arno en kornuiten met L’Apache een weergaloze plaat af. Als er al iets op af te dingen valt dan is het dat producer/gitarist Jean Marie Aerts zichzelf wat meer op de voorgrond had mogen mixen. Arno verkeert in bloedvorm en zet de luisteraar van Middle Class and Blue Eyes tot en met La-Bas aan de heupen in de strijd te gooien. Een aaneenschakeling van hoogtepunten. Ook tekstueel levert het ratjetoe van Engels, Frans en Nederlands weer een natuurlijke eenheid op, waarbij de krachttermen niet van de lucht zijn. Ook de tweede van The Gun Club weet zich moeiteloos naast het debuut te nestelen. Jeffrey Lee Pierce zingt alsof de duivel hem op de hielen zit, maar weet hem telkens net voor te blijven. De Dead Kennedys en The Birthday Party scharen zich in dit rijtje en prikken de mythe van de moeizame opvolger van het debuut door. Nick Cave weet de laatste restjes vlees van het toch al kale bot af te schrapen en creëert met zijn medebandleden een verjaardagsfeestje dat geen van de aanwezigen snel zal vergeten. De Dead Kennedys blijven eveneens bij de les en schoppen de nodige heilige Amerikaanse huisjes omver.
De meest aangename verrassing van 1982 was het debuut van Cocteau Twins. Tot mijn eigen verrassing heeft Garlands de tand des tijds doorstaan. Tussen de uitwaaierende gitaren weet zangeres Elizabeth Fraser op erg originele wijze een indrukwekkende sfeer op te roepen. Net zo origineel is Sapho, die net als T.C. Matic, The Gun Club, The Birthday Party en Siouxsie ook al in mijn lijstje van 1981 voorkwam. Haar combinatie van Arabische muziek, New Wave en het Franse Chanson klinkt verfrissend en heeft in dertig jaar nog niks aan kracht ingeboet.
In de Compass Studio’s op de Bahama’s werd in 1982 de ene na de andere LP opgenomen met de Island huisstudioband rond ritmesectie Sly & Robbie. Wat Rick Rubin tegenwoordig voor in het slop geraakte grote namen doet, deden Chris Blackwell en de Compass band in 1982 met Joe Cocker, resulterend in Sheffield Steel. Daarnaast was de band actief op platen van onder andere Black Uhuru en Grace Jones. Boven dit alles steekt I Scare Myself van sessiegitarist Barry Reynolds uit. De enige plaat die Reynolds onder zijn eigen naam gemaakt heeft, is een pareltje. Hoogtepunten zijn Irony, Guilt en Times Square.
Oudgediende Lou Reed haalt een andere muziekmythe onderuit, namelijk dat artiesten op hun best zijn als ze in de ellende zitten. Dat huiselijk geluk ook tot mooie muziek kan leiden, bewijst The Blue Mask. Reed bezingt het huiselijke geluk in My House en Heavenly Arms, maar weet tussendoor ook nog de zelfkant van het bestaan te vereeuwigen in Underneath the Bottle, The Gun en Waves of Fear. A Kiss in the Dreamhouse van Siouxsie en haar Banshees haalt het niveau van JuJu niet, maar bevat toch een aantal prachtnummers zoals Cascade, Melt en She’s a Carnival die er voor zorgen dat bijvoorbeeld Prince, The Clash, Richard and Linda Thompson en The Cure de top 10 net niet haalden. Hekkensluiter van 1982 is Bruce Springsteen die zonder de E Street Band met Nebraska een fraaie plaat aflevert.
Dat popmuziek ook van een fraaie toekomst verzekerd is, bewijzen de mini-debuten van Green on Red en R.E.M. Die beloftes zullen de komende jaren ingelost gaan worden. Voor andere bands is 1982 het officiële einde, zoals Led Zeppelin dat op Coda de laatste restjes van zijn carrière verzamelt. Voor hardrock was 1982 sowieso een minder jaar, de oude garde laat het afweten en de nieuwe lichting weet me niet te boeien. Maar goed ook want anders was het nog moeilijker geweest om tot een lijstje van de 10 beste LP’s te komen.

Verschenen in Platenblad 192, 1 december 2012 t/m 25 januari 2013

En als toegift:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen