Posts tonen met het label top 3. Alle posts tonen
Posts tonen met het label top 3. Alle posts tonen

vrijdag 13 maart 2026

Joe Jackson top 3

Voor elk nummer van Platenblad vraagt René van Kaam zijn lezers om een top 3 van een artiest of band. Het laatste nummer was dat van Joe Jackson. Hieronder mijn inzending.

1. Beat Crazy

2. Body and Soul

3. Look Sharp!

 

Zes platen van Joe Jackson staan er in de kast, de eerste tot en met de zevende, met uitzondering van de soundtrack van Mike’s Murder. Na Body and Soul ben ik de man een beetje uit het oog verloren. Op die zes platen is al sprake van behoorlijke stijlwisselingen en daar is hij daarna nog wat verder mee gegaan, tot klassieke platen en een eerbetoon aan Duke Ellington. Ik heb me beperkt tot wat bij mij in de platenkast staat.

Begonnen als ‘angry young man’ in de nasleep van de Engelse new wave, combineerde Jackson op zijn eersteling Look Sharp! al diverse stijlen. Dat culmineerde in Beat Crazy, wat mij betreft zijn beste plaat. Hier valt alles op zijn plaats wat ook al op de voorgangers Look Sharp! en I’m The Man te horen was (zowel wat betreft muziekstijlen als teksten vol ironie, woede en ongeluk in de liefde). Het heerlijke, puntige Beat Crazy zet vanaf de openingsschreeuw direct de toon. Battleground, opgedragen aan dichter/zanger Linton Kwesi Johnson, zou zo door de man zelf geschreven en gezongen kunnen zijn en is toch ook weer typisch Joe Jackson. Noemenswaardig is ook de zin ‘I got the Cramps on the stereo’ in Evil Eye, een perfecte vermelding in een nummer dat begint met ‘People say there’s no such thing as Voodoo’.

Op Body and Soul, de laatste plaat van Jackson in mijn verzameling, tapt Jackson uit een heel ander vaatje. De hoes is een perfecte kopie van Volume II van Sonny Rollins, zij het dat Jackson zijn sigaret net iets anders vasthoudt. De muziek is echter geen hard bop zoals op de plaat van Rollins, maar een mengeling van Latin ritmes en percussie en Big Band arrangementen met Jackson zelf op piano en sax. Tussen het haast bombastische openingsnummer The Verdict en afsluiter Heart of Ice, wordt er aardig wat afgeswingd, zoals in Cha Cha Loco en Go For It (met een verwijzing naar Ray Charles, achtergrondvocalen van Ellen Foley en Elaine Caswell en een lekker trompetpartijtje). Cynisme is op alle platen van Jackson in de teksten terug te vinden en dus ook op Body and Soul. Zo vraagt hij in Be My Number Two ongegeneerd of reserveliefde Number Two de plaats van nummer een over wil nemen, nu dat over is.

De debuutplaat Look Sharp! eindigt toch nog op nummer 3. Opvolger I’m The Man is wat meer van hetzelfde, Night and Day weet me minder te boeien dan het debuut en Joe Jackson’s Jumpin’ Jive is een leuk buitenbeentje, maar bevat alleen maar covers, dus valt ook af. Look Sharp! was destijds de kennismaking met Joe Jackson via de single Is She Really Going Out With Him? Een debuut dat goed in de smaak viel bij de 17-jarige die ik toen was. Veel uptempo nummers met een verbeten zang deden het goed in die tijd.

vrijdag 18 juli 2025

Sly & The Family Stone Top 3

Voor elk nummer van Platenblad vraagt René van Kaam zijn lezers om een top 3 van een artiest of band. Het laatste nummer was dat van Sly & The Family Stone. Hieronder mijn inzending.

 


 

1. Small Talk

2. Stand!

3. There’s A Riot Goin’ On

 

Sly & The Family Stone leerde ik tijdens mijn middelbareschooltijd kennen via de driedubbel LP van Woodstock waarop de medley Dance To The Music, Music Lover en I Want To Take You Higher. Muziek die perfect paste op een festival in het teken van Love, Peace & Happiness. Pas later schafte ik de originele platen aan. Te beginnen met de There’s A Riot Goin’ On, vervolgens de eerste vier albums (A Whole New Thing, Dance To The Music, Life en Stand!) en nog later gevolgd door Fresh, Small Talk en High On You. Toen die eenmaal in de kast stonden en ik Back On The Right Track en Ain’t But The One Way tegenkwam werden die ook aan de verzameling toegevoegd. Maar erg vaak heb ik die niet gedraaid. Sly was duidelijk over zijn hoogtepunt heen.

De eerste vier platen bevatten lekkere funky dansmuziek en de teksten zijn vol van hoop op een samenleving, waarin iedereen meetelt. Niet verrassend voor een band uit San Francisco in de jaren zestig. Toch waren er maar weinig soulbands waar de samenstelling die gedachte aan gelijkheid ook werkelijkheid maakte. De band was een gemêleerd gezelschap, dat naast de zwarte muzikanten broer Freddie (gitaar), zus Rose (zang en toetsen), Larry Graham (bas) en Cynthia Robinson (trompet), bestond uit een witte drummer (Greg Errico) en saxofonist (Jerry Martini). En dat onder de bezielende leiding van Sly, die met alle instrumenten overweg kon. Een mix van psychedelische rock, soul en rhythm and blues, inderdaad A Whole New Thing. Deze fase culmineert wat mij betreft in Stand! Daar komen de lijnen van de voorgaande drie platen tot een perfecte eenheid.

There’s A Riot Goin’ On markeert een overgang. Het positivisme van de eerste vier platen maakt plaats voor een donkerdere werkelijkheid en ook de muziek is somberder. Drummer Errico heeft de band dan al verlaten en wordt niet veel later gevolgd door Larry Graham. De eerste vanwege het overmatig drugsgebruik in de band en de tweede nadat Sly zelf de baspartijen op There’s A Riot inspeelde. Sly kwam met regelmaat te laat opdraven voor concerten of verscheen helemaal niet. De druk van het succes eiste zijn tol. Toch leidde dat niet tot mindere platen. Integendeel, de creativiteit van Sly leek nu pas tot volle bloei te komen. De platen die volgen laten een grovier geluid horen en de teksten zijn introspectiever. Dat wordt ingezet op Fresh en bereikt het hoogtepunt op Small Talk. Op High On You  wordt The Family Stone al niet meer op de hoes vermeld, maar de plaat past mooi in de reeks die met Fresh is ingezet. Daarna gaat het bergafwaarts en trekt Sly zich geleidelijk terug uit de muziek. Na Ain’t But The One Way in 1982 verschijnen er geen platen meer. Terwijl ik na de aankondiging in het vorige Platenblad voor de top 3 al bezig was met het schiften, overleed Sly op 9 juni jongstleden. Meestal is zo’n overlijden aanleiding om de platen weer eens op de draaitafel te leggen, nu zat ik er al midden in.

In mijn top 3 de beste plaat uit de eerste periode, Stand!, de kentering met There’s A Riot en de meest groovy plaat uit de periode daarna, Small Talk.

zondag 16 maart 2025

The Replacements top 3

Voor elk nummer van Platenblad vraagt René van Kaam zijn lezers om een top 3 van een artiest of band. Het laatste nummer was dat van The Replacements. Hieronder mijn inzending.

 


 

1. Please To Meet Me

2. All Shook Down

3. Let It Be Me

 

Als Paul Westerberg zich in 1979 bij de broers Tommy (bas) en Bob Stinson (gitaar) en Chris Mars (drums) voegt, zijn The Replacements een feit. De eerste drie platen klinken nogal rommelig en bevatten een soort trashrock, snel en hard. Optredens ontaarden met enige regelmaat in chaos door het overmatige drankgebruik van de band. Met Let It Be verandert de koers enigszins en wordt het repertoire uitgebreid met meerdere genres. De plaat maakt duidelijk dat Paul Westerberg een begenadigd songwriter is. Het is de voorbode van het kenmerkende geluid van The Replacements. Wat mij betreft de beste plaat in de oorspronkelijke samenstelling.

Na vier platen op het Twin/Tone label verschijnt de opvolger Tim, geproduceerd door Tommy Ramone, bij het major label Sire. Het bevat dezelfde mix aan stijlen en daarmee niet echt veel nieuws. Op achtergrondvocalen op Left Of The Dial is Alex Chilton te horen. Zijn invloeden zijn duidelijk terug te horen bij The Replacements. Poppy ballads en chaotische composities wisselen elkaar af. Iets waar de meester zelf ook erg goed in was.

Op Please To Meet Me valt alles op zijn plaats en is eindelijk, ondanks de verschillende genres, een soort eenheid te horen. De band is dan inmiddels uitgedund tot een trio aangezien Bob Stinson niet langer te handhaven was. Jim Dickinson tekent voor de productie. De link met Alex Chilton is snel gelegd aangezien hij ook de derde plaat van Big Star en solowerk van Chilton produceerde. In het nummer Alex Chilton bevat de plaat een eerbetoon aan hem. Ondanks de verschillende soorten nummers klinkt de plaat als een organisch geheel. De rustigere nummers klink net zo energiek als de snellere. Het is het onbetwiste hoogtepunt van The Replacements. De opvolger, Don’t Tell a Soul, ligt in de lijn van zijn voorganger maar is vlakker van productie.

Niet lang daarna wordt de band ontbonden en denkt Westerberg een solocarrière te beginnen. Contractuele verplichtingen leiden echter tot een laatste plaat van The Replacements. All Shook Up is uiteindelijk toch meer een soloplaat aangezien de oorspronkelijke bandleden slechts op één nummer samen spelen. De plaat is het zoveelste bewijs van het songwritingtalent van Westerberg. Dat hij verschillende genres machtig was was al eerder te horen. Maar ook hier levert het een eenheid op zijn het in een rustiger geheel. De akoestische gitaar wordt vaker gehanteerd dan de elektrische. Eén keer pompt de adrenaline nog in een ouderwets Replacementsnummer wanneer Terry Reid op My Little Problem Westerberg assisteert op gitaar en zang. Een waardig afscheid van The Replacements.

 

Verschenen in: Platenblad, nr. 289, 12 maart tot 23 april 2025